Land van valkenburg heden

Valkenburg, vroeger en nu
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Valkenburgs' Geologie, Archeologie en Historie

Geologie
 
Bijzonder voor Zuid-Limburg zijn de aardlagen met steenkool en mergel. In Valkenburg is vooral mergel overal zichtbaar aanwezig, zowel in de huizenbouw als een enkele keer aan het oppervlak. Maar diep in de Zuid-Limburgse grond bevinden zich nog veel meer aardlagen dan alleen steenkolen en mergel. In het museum vertellen fossielen en gesteenten van miljoenen jaren hoe deze aardlagen zijn ontstaan.
 
In de tijd van het Devoon werden de oudste gesteenten afgezet. In het nabij gelegen Moresnet (België) komt nog iets van dit gesteente aan het oppervlak. Nog ouder is het kalkgesteente uit het Midden-Devoon in de Eifel, met als belangrijkste vindplaats Gerolstein. Tal van fossielen zoals zeelelies, trilobieten, koralen en schelpen leggen getuigenis af van de zeer levensrijke zee in deze periode. Uit het Boven-Devoon stamt de Racophyton, een van de eerste sporenplanten. Van het Carboon zijn plantenafdrukken, zoetwaterschelpen en mineralen bewaard gebleven.
 
Van de Krijt-periode, de beroemdste formatie uit het Mergelland, zijn veel fossielen gevonden in  het Akens zand, Vaalser groenzand, Gulpense-, Kunrader-en Maastrichtse kalk. Uit het Akens zand stamt ook de vermaarde fossiele boomstam die tot de collectie van het Museum Land van Valkenburg behoort. Deze is enig in zijn soort door zijn buitengewone lengte. De zee-egels uit de Gulpense kalk zijn bijzonder soortenrijk. Deze fossielen behoren tot de meest gezochte in Limburg en omgeving. Bij de aanleg van de autoweg bij Benzenrade is veel gevonden in de Kunrader-kalk.
 
Van de Maastrichtse kalk is veel macro-fossielen gevonden in de groeve Curfs nabij Valkenburg. Vooral de schelpkernen en de ammonieten zijn van bijzondere schoonheid. In de Maastrichtse kalk zijn de vermaarde grotten van Valkenburg uitgehouwen voor de levering van bouwstenen. Het Museum Land van Vaskenburg is evenals vele gebouwen in Valkenburg en omgeving met kalkstenen uit deze formatie gebouwd. De beroemdste fossielen uit deze periode zijn de Mosasaurus en de zeeschildpad, Allogleuron Hoffmanni. Naast belemnieten, zee-egels, koralen en vele andere organismen bevolkten ze de Krijtzee. De fraaiste vondst van zo’n fossiel kan men in het Natuurhistorisch Museum in Maastricht bewonderen.
 
In het Tertiair bedekten zanden en grinden de krijtafzettingen. Fossielen uit deze periode vindt men in de Oligocene zanden in de omgeving van Tongeren. Deze zanden worden ook vaker in de buurt van Valkenburg aangesneden. Veel Oligoceen-fossielen zijn gevonden in een van de schachten van de staatsmijn Hendrik. Behalve bruinkool bevatten de zanden uit het Mioceen ook vele vruchten en zanden (omgeving Düren). De Brunssummerheide is gedeeltelijk bedekt met grinden uit het Plioceen. Deze grinden hebben in de meest moderne literatuur een iets hogere ouderdom, namelijk Boven-Mioceen. In deze grinden vindt men rode ijzerkiezels, kiezelo-olieten, koralen, zee-egels en dergelijke.
 
De Maas ruimde de tertiaire afzettingen grotendeels op en zette zelf tegelijkertijd het Maasgrind af. Later, tijdens de ijstijden, werd dit weer bedekt door een laag löss. Het Maasgrind bevat talloze gesteenten uit de Vogezen en de Ardennen.
 
In de kalkafzettingen uit het Krijt is vuursteen gevormd. Vuursteen geniet in de Geologische Vereniging, afdeling Zuid-Limburg, bijzondere aandacht. De werkgroep "Prehistorische Vuursteenmijnbouw" van de Geologische Vereniging  groef gedurende 15 jaar een gedeelte van de neolithische vuursteenmijnen in Rijckholt op. De mijntjes van deze zeer bekende opgraving zijn momenteel goed geconserveerd en overgedragen aan het Staatsbosbeheer. Naast de vuursteenmijn in Rijckholt werd er in het Neolithicum, 5000 jaar geleden, in en rond Valkenburg, o.a. in de Plenkerstraat, op de Schaesberg en in het Biebosch vuursteen gedolven en bewerkt.
 
J.H.M. Nillesen
beheerder geologische collectie
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu